- Contact
Peter De Graef‘Wat is de zin van het leven?’ Een monoloog met die woorden beginnen, dat ruikt naar zelfoverschatting. Alleen een auteur met een zeer kronkelende fantasie komt ermee weg. Een kolfje naar de hand van Peter De Graef (Merksem, 1958). Een drietal zinnen verder in ‘Zoals de dingen gaan...’ vraagt hij zich af: ‘Wat is de spijsvertering van een stoel?’. In zijn universum lopen levensvragen en absurditeiten hand in hand, als waren het bloedbroeders. De Graef durft de vragen te stellen die er toe doen, zonder die meteen weg te ironiseren.
De Graef zette zijn monoloog in 2008 zelf op de planken. Hij werd daarbij muzikaal begeleid door Bo Spaenc. ‘Zoals de dingen gaan...’ is een monoloog over liefde, over berusting, over de onmogelijkheid om aan de eigen biografie te ontsnappen. De Graef neemt ons mee in zijn haast kinderlijke fantasiewereld, en haalt vervolgens snoeihard uit. ‘Zoals de dingen gaan...’ wordt voortgestuwd door een wilde, onbegrensde fantasie, een baldadige humor en een kleur- en beeldrijke taal. De auteur durft met zijn eigen schriftuur experimenteren, maar verliest daarbij de uiteindelijke opvoering en het publiek nooit uit het oog.
Het indrukwekkende oeuvre van Peter De Graef drijft op een mix van ongebreidelde fantasie en doortimmerd vakmanschap. Hij blijft zoeken naar de perfecte symbiose tussen vorm en inhoud. Daarbij verleidt hij zijn lezers en kijkers tot een geestige, subversieve ontvankelijkheid voor het ondeugende. ‘Zoals de dingen gaan...’ is een tekst die al bij de eerste lezing nieuwsgierig maakt naar een opvoering, en die tegelijk overeind blijft als een volwaardig literair eindresultaat. Die dubbele kwaliteit is slechts weinigen gegeven.
foto (c) Academie Beeldende Kunsten Anderlecht - Alexandra Cool
Bart MeulemanMark, die zich aan de telefoon Dirk noemt, belt ’s nachts naar een sekslijn om zijn eenzaamheid te verlichten en om te geilen op het telefoonmeisje van dienst. Aan de andere kant van de lijn behoudt Amara haar eigen naam. Voor haar is het allemaal maar werk. Wil Dirk praten, dan doet ze alsof het haar interesseert. Wil hij haar virtueel verkrachten, dan faket ze opgewonden angst. Met ‘The Bult and the Beautiful’ schreef Bart Meuleman (Turnhout, 1965) een dialoog voor twee verdwaalde figuren. De lezer/toeschouwer wordt een voyeur, al moeten we het in dit geval misschien eerder hebben over een geniepige toehoorder.
De lezer/toeschouwer leest/luistert mee naar de trage en fragiele nachtelijke gesprekken. Die starten met datgene waarvoor ze bedoeld zijn: het opwekken en bevredigen van lust. Maar al vlug neemt de tekst de lezer mee en wandelt weg in een fantasiewereld. Daarin tast Bart Meuleman voorzichtig af hoe eenzaam en verlaten deze twee mensen zijn. En hoe hoopvol tegelijkertijd. Deze tocht loopt over het gladde pad van insinuaties, van aantrekken en afstoten. Door het spel van stemmen creëert de auteur een wereld in het hoofd van degene die leest of luistert. Die krijgt alle ruimte en de nodige bouwstenen om in deze relatie mee te gaan.
Het oeuvre van Bart Meuleman is een gevoelige seismograaf voor wat er in de maatschappij gebeurt. Zijn stukken vormen een commentaar op onze tijd. Zo onderzocht hij in ‘Martens’ (2006) de relatie tussen politiek en privéleven. Bart Meulemans schrijft zijn stukken niet alleen, hij regisseert ze ook. Taal heeft voor hem een sterk ‘performatief’ karakter, dat hij als theatermaker ten volle uitbuit.
foto (c) Academie Beeldende Kunsten Anderlecht - Alexandra Cool
Tom LanoyeMoeders verliezen hun kinderen, vrouwen hun partner. Agamemnon, de zegevierende held, blijft alleen achter met zijn schuldgevoelens. In ‘Atropa. De wraak van de vrede’ vat Tom Lanoye (Sint-Niklaas, 1958) een halve boekenplank Griekse tragedie samen in drie uur actueel theater. In het wapengekletter van de Trojaanse oorlog klinkt de oorlogsretoriek van Bush en Rumsfeld door. De klassieke tragedie vindt een tweede adem in de actualiteit. In één moeite schrijft Lanoye een aantal prachtige vrouwenrollen - geen overbodige luxe in het dramatisch repertoire. ‘Atropa’ is een van Lanoyes mooiste en meest volwassen theaterteksten.
De jongste jaren is Lanoye als theaterauteur tot een gerijpt meesterschap gekomen. Hilarische situaties als in ‘De Jossen’ of een ordenende gimmick als in ‘Diplodocus Deks’ heeft hij niet meer nodig om zijn punt te maken. Zijn speels vernuft en grappige uitschuivers staan steeds meer in dienst van de boodschap. Bovendien heeft hij zijn formuleringsvermogen zo goed onder de knie, dat hij schijnbaar moeiteloos pentameters en alexandrijnen vol met soepele taal laat lopen. Inhoudelijk heeft de chroniqueur van Vlaanderens diepste schaamtegevoelens, die we kennen uit zijn romans, zich op de grotere schaal gericht. Een verademing in de Vlaamse dramaturgie, die het zo vaak moet hebben van de monoloog en de kleine man.
Sommige dramaschrijvers schrijven vanuit de theaterpraktijk, Tom Lanoye schrijft in gezelschap van het theater. Zijn ouders waren middenstander, hij is een medestander. Een theatermedestander. Daardoor blijft hij constant in contact met het theater, ondanks al zijn andere schrijfprojecten. Lanoye kent en voelt genoeg theater om regisserend te schrijven. Zoals hij zijn materie ordent, doet hij, van op het blad, een eerste gooi naar een mogelijke enscenering.
foto (c) Academie Beeldende Kunsten Anderlecht - Alexandra Cool