- Contact
Centrum Agrarische GeschiedenisVan de appelteelt in Haspengouw tot de hoppescheuten in Poperinge: aan de hand van een veertigtal producten reis je door Vlaanderen en maakt je kennis met de rijkdom van onze streekgastronomie. Je komt te weten hoe typisch Vlaamse producten worden gebruikt, in de dagelijkse kost en op de feesttafel. De titel van het boek klinkt even Vlaams als appetijtelijk: ‘Goesting in Vlaanderen’. Het is de meest recente uitgave van het CAG, het Centrum voor Agrarische Geschiedenis.
Het CAG uit Leuven legt zich toe op ons ruraal verleden. Naast het agrarisch erfgoed komt ook het product van die landbouw aan bod: voeding. Het CAG wil het verleden van landbouw, platteland en voeding bestuderen, bewaren en toegankelijk maken voor een groot publiek. Het pakte de laatste jaren uit met verschillende projecten rond voeding. ‘Lekker dier’ ging over dierlijke productie en consumptie, ‘Soepjes en sapjes’ over groenten om te drinken en ‘Rode kool met appeltjes’ over de Vlaamse groenten- en fruitteelt. De erfgoedbenadering zorgt voor originele en soms zelfs licht controversiële resultaten. Dit laatste mag blijken uit het laatste project ‘Wat eten we morgen?’
Het CAG werkt voor haar projecten nauw samen met erfgoedpartners uit heel Vlaanderen. Op die manier bouwde het centrum een netwerk op van musea, erfgoedinstellingen, de voedingssector en de horecasector. Daarnaast zijn er boeiende onderzoeksprojecten, zoals de publicatie en tentoonstelling over Philippe Cauderlier, de schrijver van het eerste populaire kookboek in Vlaanderen, en over de invloed van het kookboek van de boerinnenbond op de Vlaamse keuken. Het kookboek ‘Moeders keuken’ is dan weer een warme hulde aan de huismoeders die de tradities van de volkskeuken aan de volgende generaties doorgeven.
foto (c) Academie Beeldende Kunsten Anderlecht - Dominique Vankan
Hoge Raad voor Ambachtelijke Lambikbieren (Horal)Om de twee jaar organiseert Horal, de Hoge Raad voor de Ambachtelijke Lambikbieren, een open bedrijvendag. Voor bierdilettanten en fijnproevers is deze ‘Toer de Geuze’ een uitgelezen kans om lambikbrouwerijen en geuzestekerijen te bezoeken, en natuurlijk ook om het heerlijke goedje letterlijk en figuurlijk over de tong te laten gaan. Het lambikbier is een uniek streekproduct dat nergens anders vervaardigd kan worden. Een Vlaamse gastronomie zonder lambik ware even ondenkbaar als een café zonder bier.
Het was Armand Debelder die begin 1997 zes producenten rond de tafel zette: Frank Boon, Willem Van Herreweghen, Jos Raes, Jacques Van Cutsem en hijzelf. Deze groep werd aangevuld met vertegenwoordigers van de Bierpallieters en van OPA, respectievelijk de Buggenhoutse en de Aalsterse afdeling van de Objectieve Bierproevers of OBP. Deze kern kreeg later versterking van de producenten Sidy Hanssens, Danny Drabs en brouwerij De Keersmaeker. Het gezelschap groeide uit tot een hechte groep van geuzefanaten: de Hoge Raad voor de Ambachtelijke Lambikbieren.
De Hoge Raad voor de Ambachtelijke Lambikbieren ondernam in het verleden stappen om de ambachtelijke lambikbieren en aanverwante producten te beschermen. Die ambitie is alvast gerealiseerd. Horal kan nu al haar energie richten op haar andere objectieven. Zo voert ze actief promotie voor lambik, met aandacht voor het volledige proces. Van het brouwen tot en met het schenken, dus. Daarnaast klaagt het gezelschap onregelmatigheden in het brouwproces aan. Er blijven maar weinig brouwerijen en geuzestekerijen meer over: de Horal-leden Boon, De Cam, De Troch, Drie Fonteinen, Girardin, Hanssen Artisanaal, Lindemans, Mort Subite (vroeger De Keersmaeker) en Timmermans en de niet-leden Belle-Vue en Cantillon. Gelukkig zijn ze wel springlevend.
foto (c) Academie Beeldende Kunsten Anderlecht - Dominique Vankan
Felix Alen - XaveriusXaverius vzw, het Vlaamse Centrum voor Eet- en Tafelcultuur, is het geesteskind van Felix Alen (Diest, 1950). Onder leiding van een chef bereiden vier groepen amateurkoks (de Bleus, de Saignants, de Bien Cuits en de A points) er elke maand een gastronomisch menu. Ook kinderen en studenten hebben hun kookgroep. Gerenommeerde sommeliers introduceren beginnende en gevorderde leden in de wereld van de wijnen. De kruidencursussen, begeleid door herboristen, zijn al even populair. Daarnaast geven Belgische en buitenlandse kooksterren geregeld workshops en demonstraties en komen ook de randgebieden van de tafelcultuur aan bod: sigaren, whisky, bloemschikken, decoratie.
Felix Alen kreeg zijn opleiding aan hotelschool C.O.O.V.I. in Anderlecht. Eind jaren zestig werkte hij een tijdje in de keuken van het Koninklijk Paleis. In 1972 werd hij bekroond tot Beste Juniorkok en in 1974 tot Beste Witlofkok van België. In 1975 startte hij met zijn Banket- en Degustatiesalons Hof te Rhode. Dat kreeg jaar na jaar een ruimer cliënteel over de vloer.Felix Alen heeft zich altijd graag verdiept in nieuwe, tijd- en arbeidbesparende keukentechnieken. Hij verwierf een internationale reputatie op dit vlak, zeker na de publicatie in 1990 van het boek ‘Vacuümgaren en nieuwe technieken in de gastronomie’. Dit standaardwerk was het resultaat van een intense samenwerking met specialisten uit gastronomische, wetenschappelijke en academische kringen. In die sectoren werd het boek dan ook gretig verslonden. Een televisieprogramma was de voor de hand liggende volgende stap. De recepten van ‘Eén voor iedereen’ werden achteraf gebundeld in "Koken met... Felix Alen’. De beroemde kok was in 2009 terecht de peter van de Week van de Smaak en is ondertussen aan zijn vijftiende kookboek toe.
foto (c) Academie Beeldende Kunsten Anderlecht -Luc Vleminck