Podiumkunsten

PrintStuur door

PrintStuur door

Laureaat

Eveneens genomineerd

 

Benjamin Verdonck

In 2000 woonde hij in een paalwoning boven een plein. In 2002 deelde hij vier dagen lang een kooi met een varken. Tijdens het Kunstenfestival 2004 betrok hij een mansgroot zwaluwnest tegen een Brusselse kantoortoren, hoog boven de krioelende stad. Benjamin Verdonck (1972, Antwerpen) voelt zich thuis op het podium van de stadstheaters KVS en Het Toneelhuis, maar evengoed op straat. Ook in 2009 trok hij weer de publieke ruimte in. De acties en installaties van zijn tentoonstelling Kalender toonden het chaotische, onvoorspelbare gezicht van de stad Antwerpen. Een appel en een ei verschenen op het dak van het museum en het hoofd van Leopold I verdween onder een roze bol. Hij voerde met Valentijn een huilende man op, zette met carnaval de A van Antwerpen op zijn kop en liet op vrijdag de dertiende een grote vogel op de Meir neerstorten.

Duivel-doet-al is een understatement. Benjamin Verdonck acteert, schrijft, tekent, knutselt en maakt theatervoorstellingen. Daarbij zorgt hij steeds opnieuw voor kleine mirakels. Hij is raadselachtig en radicaal ontwapenend. Tegelijkertijd is hij een geëngageerd kunstenaar. Hij onderzoekt het politieke draagvlak van het theater en zet zijn sociaal engagement op een niet-militante manier in theater om.

Ook het beeldende werk van Benjamin Verdonck trekt steeds meer de aandacht. Hij exposeerde recent in verschillende musea en galerieën. Eind 2008 verscheen ‘Werk/Some Work’, een samenwerking met het grafisch collectief Afreux. Het boek bevat een collage van projecten, dagboekfragmenten en briefwisselingen. Benjamin Verdonck is een bescheiden kunstenaar ‘buiten categorie’, een eenzame signaalgever. Kortom, het soort van kunstenaar die deze dolgedraaide maatschappij meer dan nodig heeft.

bekijk de website

naar boven

foto (c) Academie Beeldende Kunsten Anderlecht - Koen Cobbaert

CREW

Twee theaterbezoekers zetten een helm op. Voor hun ogen zit een videobril en op de helm staat een camera. Een ‘head swap’ vindt plaats. De eerste persoon ziet nu wat de camera van de tweede registreert, en vice versa. Elk ziet zichzelf zitten door de ogen van de andere. Nog eigenaardiger wordt het als beide proefkonijnen een wandeling door het gebouw maken. Een vervreemdende ervaring, want de deelnemers moeten via elkaars ogen hun eigen weg zoeken. Met de installatie ‘W, (double U)’ laat CREW, het collectief rond Eric Joris (Antwerpen, 1953 ), het brede publiek kennismaken met de idee van de ‘immersant’.

Eric Joris infiltreert al meer dan tien jaar lang het podiumkunstenlandschap met vernieuwende projecten op de grens van theater en nieuwe media. Met de ‘immersieve technologieën’ van CREW treedt hij buiten de grenzen van het geijkte theaterkader. Hij dompelt de toeschouwer onder in onvermoede werelden. In voorstellingen als Crash, U, O_Rex en EUX stelt hij het thema ‘ondergaan’ centraal en bevraagt hij de pure beleving en het waarnemingsvermogen in het theater. Hij breekt niet alleen het hoofd, maar evenzeer de fantasie open.

Noodzakelijkerwijs ontwikkelt het werk van CREW zich langzaam, met veel proberen en mislukken. Eric Joris brengt de juiste mensen samen om het moeilijke waar te maken. Zijn ‘crew’ geldt onderhand als hét voorbeeld van een bruggenslaand collectief van kunstenaars en wetenschappers. CREW slaat ook bruggen naar de bedrijfswereld. Zo is het een pijler van het Europees project 2020 3D Media. Dit gaat er van uit gaat dat het huisbioscoopsysteem van 2020 een videogebaseerde 3D immersieve omgeving zal zijn.

bekijk de website

naar boven

foto (c) Academie Beeldende Kunsten Anderlecht - Koen Cobbaert

LOD

 Een bejaarde Japanse man bezoekt een merkwaardig bordeel. Hij brengt er de nacht door naast een vrouw die kunstmatig in een diepe slaap is gebracht. Zijn zintuiglijke waarnemingen - de vorm van een oorlel, de geur van een borst - voeren de man terug naar de meest sensuele momenten van zijn leven. Acht jaar na hun bejubeld operadebuut ‘The woman who walked into doors’ sloegen componist Kris Defoort (LOD) en regisseur Guy Cassiers (Toneelhuis) opnieuw de handen in elkaar. Ze puurden samen een opera uit ‘The House of the Sleeping Beauties’, een novelle van Yasunari Kawabata. Voor het kunstenaarshuis LOD betekende deze internationale coproductie een culminatiepunt van een prachtig parcours.

LOD, gevestigd in Gent, creëert al twintig jaar opera, musical en ander muziektheater waarin verschillende artistieke genres elkaar ontmoeten. De artistieke kwaliteit is constant hoog. LOD creëert zowel intieme producties (‘Twee oude vrouwtjes’, 2008 en ‘Die Siel van die Mier’, 2003) als grote coproducties (‘Onegin’, 2006; ‘Judaspassie’, 2009). Het huis slaat bruggen naar grote operahuizen als de Vlaamse Opera en La Monnaie/De Munt (‘House of the Sleeping Beauties’, 2009), maar ook naar de andere kant van de taalgrens (‘De duivel beduveld’, 2008). Met ‘Nachtevening’ (2009) bewijst LOD dat het ook op het vlak van regie avontuurlijke synergieën opzet.

Lokaal heeft LOD een breed publiek warm gemaakt voor een minder gemakkelijk genre. Maar de uitstraling reikt veel verder. LOD staat ook in het buitenland op de kaart. Getuige daarvan zijn de internationale samenwerkingsverbanden voor o.a. ‘House of the Sleeping Beauties’, dat door recensenten in het toonaangevend Duits blad Opernwelt genomineerd werd tot de beste productie van 2009.

 

bekijk de website

naar boven

foto (c) Academie Beeldende Kunsten Anderlecht - Nancy Geeroms