Berlinde De BruyckereBerlinde De Bruyckere (Gent, 1964) exposeerde in 2008 in New York en Parijs. In 2009 volgden solotentoonstellingen in Londen (‘We Are All Flesh’) en San Gimignano. Deze tentoonstellingen toonden een opmerkelijke metamorfose in haar recente werk. De kunstenares werkt nog steeds in was en met dode paarden, maar die blijken wel geëvolueerd. Daarnaast verschijnen er in elkaar vergroeide en verstrengelde lichamen en bomen. De vormen zijn meerkleuriger en technisch verfijnder geworden. Dit groeiend naturalisme gaat echter hand in hand met een toenemende abstractie. In de paarden, lichamen en opgehangen, amorfe zakken vlees doemen zwarte gaten en blinde vlekken op. De kijker wordt uitgenodigd om zijn verbeeldingsvermogen aan te spreken.
Berlinde De Bruyckere heeft een rijk gevulde carrière van meer dan twee decennia achter de rug. In haar sculpturen en installaties toont ze de kwetsbaarheid, het alleen-zijn, de draagkracht en het weerstandvermogen van de mens, maar ook het verlangen en het (on)vermogen om zich te binden. In het bijzonder confronteert ze de kijker met het lichaam. Ze drukt de toeschouwer met de neus op de feiten: ‘wij zijn allemaal vlees’. Wat taboe is, staart de kijker in en via haar kunst aan. Daarbij raakt De Bruyckere aan de angst, schaamte, hebzucht en vernietigingsdrang van het verschijnsel mens. Haar gedrapeerde en opgehangen, soms gruwelijk verminkte of gemuteerde sculpturen wekken bij momenten weerzin op. Maar steeds weer zijn het ook hoopgevende beelden, die respect afdwingen voor de mens die tracht te overleven.
Met haar unieke beeldtaal heeft Berlinde De Bruyckere kijkers geraakt en onderuitgehaald, wereldwijd curatoren voor zich gewonnen en andere kunstenaars in binnen- en buitenland geïnspireerd.
foto (c) Academie Beeldende Kunsten Anderlecht -Mirjam Devriendt
Edwin CarelsCurator Edwin Carels (Kortrijk, 1964) nodigde de kunstenares Imogen Stidworthy uit om een groepstentoonstelling samen te stellen voor het MuHKA. Stidworthy baseerde ‘Die Lucky Bush’ op eigen werk en nodigde een groot aantal kunstenaars uit om te participeren met werken die, direct of indirect, doen nadenken over taal en de grenzen aan taal. ‘Die Lucky Bush’ was een graffitiopschrift dat de kunstenares in Jeruzalem ontdekte. Hij doet Engelstaligen denken aan George Bush (of aan een gelukkige struik), maar op zijn Hebreeuws uitgesproken is het de fonetische transcriptie van ‘stop de bezetting’.
Edwin Carels is voornamelijk geïnteresseerd in de relatie tussen beeldende kunst, film, video en fotografie. Zijn grootste verdienste bestaat erin dat hij steeds op zoek gaat naar een evenwicht tussen onderzoek en het concipiëren van tentoonstellingen. Als curator realiseerde hij de laatste jaren meerdere tentoonstellingen, zoals ‘The Projection Project’ (MuHKA, 2006-2007), ‘Nano Nu’ in het Vlaams Parlement (Brussel, 2007) en ‘Chris Marker: Staring Back’ (2008) en ‘Not Nothing’ voor het festival City Visions (Mechelen, 2009). Daarnaast stelde hij de programma’s samen voor verschillende filmfestivals (Internationaal Film Festival Rotterdam, Holland Animation, OIAF-Ottawa), en creëerde hij visuele essays in het Boijmans van Beuningen museum en de Sint-Pietersabdij in Gent: ‘Loplop / re / presents’.
Edwin Carels werkt als onderzoeker aan het KASK in Gent, en eerder ook aan Sint-Lukas in Brussel en de Universiteit van Amsterdam. Hij was van 2004 tot begin 2008 film- en mediacoördinator van MuHKA_media in Antwerpen, werkte als journalist voor ‘Andere Sinema’ en ‘FET/Tijd Cultuur’ en werkte als schrijver mee aan verschillende boeken en catalogi. Zo levert hij al jarenlang een belangrijke nationale en internationale bijdrage als curator aan het hedendaagse kunstlandschap.
foto (c) Academie Beeldende Kunsten Anderlecht - Bart De Moor
Johan GrimonprezIn ‘Double Take. Industry of Fear’ stelt Johan Grimonprez (Roeselaere, 1962) zich opnieuw vragen bij de enorme macht van het audiovisuele beeld in onze maatschappij. Dat doet hij aan de hand van Alfred Hitchcock, de meester van de persoonsverwisseling en het dubbelgangersmotief. ‘Double Take’ is een bewerking van een novelle van Jorge Luis Borges, waarin de auteur zijn twintigjarige zelf ontmoet. De film stuurt aan op een confrontatie tussen Alfred Hitchcock en zijn dubbelganger Ron Burrage. De plot zit vol persoonsverwisselingen en draait rond een zoektocht naar het ‘echte’, waarbij feit en fictie onnavolgbaar door elkaar lopen.
Johan Grimonprez vindt zijn inspiratie in historische gebeurtenissen. Hij samplet film- en televisiefragmenten tot het materiaal zelf het onderwerp wordt van het commentaar in de uiteindelijke montage. Door fictionele en documentaire fragmenten slim naast elkaar te plaatsen, toont Grimonprez hoe de media eerder de realiteit dicteren dan omgekeerd. ‘Dial H-I-S-T-O-R-Y’, dat reflecteerde over de vliegtuigkaping als terroristisch wapen, betekende zijn internationale doorbraak. Het bleek een visionair werk, dat anticipeerde op de aanslagen van 11 september 2001, vier jaar na het verschijnen van de film. De langspeler legde bloot hoe de media op het spektakelgehalte van het terrorisme focussen en hoe nieuwsgaring en macht in een onontwarbare knoop met elkaar verbonden zijn.
De bezorgdheid over de impact van beelden op de kijker loopt als een rode draad doorheen het oeuvre van Johan Grimonprez. Zijn werk is radicaal internationaal, zowel qua thematiek als qua receptie: het raakte in eerste instantie in het buitenland bekend. Ook Double Take toerde al omstandig in het buitenland voor het zijn eerste vertoning in België kende.
foto (c) Academie Beeldende Kunsten Anderlecht - Damien Coens