“Het werk van Jos De Gruyter en Harald Thys is allesbehalve klassiek of comfortabel, maar dat maakt het des te interessanter. Kunst mag en moet soms ook ongemakkelijk en tegendraads zijn
“
Partners
Uit het juryverslag
Lees het persbericht (PDF)
Bekijk de folder (PDF)
Bekijk het beeldverslag
› Cobra.be publiceerde een artikel over de laureaat.
› Knack heeft onmiddellijk na de uitreiking een uittreksel van een uitgebreid interview met Harald Thys en Jos De Gruyter gepubliceerd op knack.be.
Ooit polste iemand naar hun inspiratiebronnen. Jos De Gruyter en Harald Thys hadden het toen over de glazige blikken van psychiatrische patiënten die zich voor een toneelstuk verkleed hadden, het rigide formalisme van Pasolini’s films, de wereld van Hiëronymus Bosch en negentiende-eeuwse gravures van publieke folterpraktijken. Niet bepaald een tot vrolijkheid stemmende opsomming, die ze afsloten met een verwijzing naar de openbare ruimtes en het dagelijks leven in de Vlaamse steden waar ze opgroeiden.
Sinds ze elkaar in 1987 in Brussel tegenkwamen, maken Jos De Gruyter en Harald Thys samen installaties, video’s en performances. Het duo heeft een scherp oog voor het banale en het onzinnige. Het universum dat ze gecreëerd hebben, getuigt van een grote gevoeligheid voor de wereld tout court. Hun mens- en wereldbeeld is donker, maar dan zonder de dogma’s of het cynisme die graag in die donkerte gedijen. Tegelijk is hun werk kinderlijk eenvoudig en bevat het een burleske vrolijkheid. Hun eigenzinnige oeuvre is bij het Vlaamse publiek nog onbekend, maar de kunstwereld in binnen- en buitenland heeft Jos De Gruyter en Harald Thys al ontdekt. Ze kregen solotentoonstellingen in Brussel, Antwerpen, Basel, Aken, Hannover en Londen en lieten zich in 2008 gunstig opmerken op de Biënnale van Berlijn en Manifesta 7 in Trento.
Jos De Gruyter en Harald Thys kijken graag naar ‘Slisse en César’. De bruggen tussen kunst en populaire cultuur zijn allang geslagen. Vandaag dienen kunstenaars die bruggen met zwier te bewandelen, terwijl ze naar beneden kijken, de diepte in. In het oeuvre van De Gruyter en Thys beweegt niet veel, maar die zwier zit er zeker in. Alles wat hun werk weerbarstig maakt, herkent de toeschouwer als door en door menselijk: angst, schaamte, verveling, seksuele avances… De vervreemding die deze elementen teweegbrengen, stemt onbehaaglijk. Tegelijk is er een gevoel van verademing. Hun werk bakent immers een mentale vrijheid af waarvan we, zonder dit soort van kunst, het bestaan zouden kunnen vergeten.
(Deze tekst is gebaseerd op het juryverslag)